3D Printen voor Beginners: 10 Belangrijke Tips

  • Geplaatst op
  • Door MakerPoint
  • Geplaatst in beginners, tips
3D Printen voor Beginners: 10 Belangrijke Tips

Wanneer je voor het eerst start met een FFF/FDM 3D printer, een printer met filament (plastic draad) dus, kan het soms wat overweldigend zijn. Daarom hebben we een samenvatting gemaakt van de vragen die we vaak krijgen van first time users, zodat je zo snel mogelijk op weg bent.

1. Filament diameter

Filament is verkrijgbaar in twee diktes, 1,75 mm en 2,85 mm diameter. Een 3D printer is gemaakt voor één van deze diktes, welke dat is, kun je in de specificaties terugvinden. Over het algemeen is 1,75 mm de meest gangbare maat, maar sommige merken waarbij de materiaalaanvoer buiten de kop is geplaatst (bijvoorbeeld Ultimaker) gebruiken 2,85 mm.

 

2. Materiaaltype

Het ene materiaal is het andere niet. Sommige soorten zijn heel sterk maar moeilijk te printen, andere materialen zoals PLA zijn minder geschikt voor eindonderdelen in producten door de thermische eigenschappen, maar geven wel heel weinig printproblemen. Voor beginnende gebruikers raden we daarom aan om te starten met PLA, of een versterkte PLA variant zoals PLA-HT of Tough PLA. Wanneer je de printer goed hebt leren kennen, kun je altijd nog overstappen naar andere materialen als dat nodig mocht blijken.

 

3. Vezelversterkte materialen

Sommige materialen zijn versterkt met koolstof- of glasvezel om extreem sterke onderdelen te verkrijgen. Deze vezels zijn echter zó sterk, dat ze de meeste nozzles (spuitmondje waar het gesmolten filament uit komt) volledig uitslijten. Daarom moeten deze materialen met een speciale, gehard stalen nozzle (of CC printcore bij Ultimaker) gebruikt worden. Ook hierin geldt: start liever met PLA of PLA-varianten tot er wat meer ervaring is opgedaan.

 

4. STL slicen

Heb je een 3D model? Dan kun je deze niet direct printen. Het 3D model moet eerst als STL geëxporteerd worden, en de STL moet daarna printklaar gemaakt worden. Dit proces heet ‘slicen’, letterlijk ‘in plakjes snijden’. Dit wordt gedaan met slicing software, ook wel een slicer genoemd. Deze software vertaalt de STL naar instructies voor de printer, aan de hand van de instellingen die je kiest. Wil je bijvoorbeeld heel snel printen, dan kan er in dikkere lagen geprint worden. Wil je een heel nauwkeurige print, dan worden de lagen dunner, maar gaat de printtijd ook (exponentieel) omhoog. Meestal kun je prima beginnen met een grotere laagdikte; vaak wordt de benodigde fijnheid overschat en print men daardoor véél langer dan nodig is.

 

5. Dunne wandjes

FFF printers werken met een nozzle (spuitmondje) waar het gesmolten materiaal uit komt. De diameter van deze nozzle bepaalt hoe dun of fijn de details kunnen worden. De standaardmaat nozzle heeft meestal een diameter van 0,4 mm. Dit is meteen de minimale detailgrootte van de print: een wandje van 0,2 mm kan dus niet (netjes) geprint worden! En zelfs al was dit wel mogelijk, dan zou een dergelijke dikte veel te kwetsbaar zijn. Wanneer een levensgroot model verkleind wordt als schaalmodel worden dit soort kleine details vaak over het hoofd gezien.

 

6. Oriëntatie & support plaatsing

FFF/FDM printers werken met gesmolten plastic dat laag voor laag op de bouwplaat of de print zelf wordt gelegd. Het kan niet in de lucht printen, want dan zou het gesmolten materiaal simpelweg naar beneden vallen. In dit geval heb je 'Support' nodig, dat is een steunstructuur die de printer van hetzelfde materiaal of een ander materiaal (PVA) meeprint. Deze support moet na het printen verwijderd worden, maar dit maakt de print wel kwetsbaarder en vaak ook minder mooi.

 

Support hoeft niet getekend te worden, de slicer berekent of ergens support nodig is en plaatst het vervolgens. Support kan ook uitgezet worden in de slicer, maar dan print de printer het model dus ongeacht of het überhaupt printbaar is! De printer controleert niet tijdens het printen of de print mislukt, dus voor beginnende printergebruikers raden we sterk af om de support uit te zetten.

 

Door het model tijdens het printen zó te draaien, dat iedere laag op de vorige kan steunen, vermijd je dat er support nodig is. Gelukkig kunnen de meeste printers wel schuin omhoog printen, een hoek van 45 graden lukt vrijwel altijd. De oriëntatie van de print heeft ook effect op hoe mooi of sterk de print zal worden, vanwege de opbouw in laagjes. De verbinding tussen de lagen is meestal minder sterk dan binnen de laag zelf.

 

7. Bed adhesion

Het is cruciaal dat de print tijdens het printen op de bouwplaat (build plate) blijft plakken. Daarom wordt de build plate tijdens het printen verwarmd, zodat het materiaal wat zachter blijft, minder krimpt en zo goed blijft plakken. Daarnaast raden we aan een goede printlijm te gebruiken, zoals Dimafix of Magigoo. Dit zorgt er niet alleen voor dat de print tijdens het printen blijft plakken, het zorgt ook dat de print na het afkoelen makkelijker loskomt en beschermt de build plate tegen beschadigingen bij het loshalen. Verschillende moeilijker te printen materialen hebben specifieke printlijmen zoals Magigoo PA voor Nylon, en Magigoo PP voor Polypropyleen.

 

Let op dat bij het gebruik van een lijmspray de build plate altijd UIT de printer gehaald moet worden. Als er in de printer wordt gesprayd, komt de lijm in de bewegende onderdelen terecht.

 

8. Bed leveling

Om de print tijdens het printen goed op de build plate te laten hechten, moet het printbed goed recht staan en de juiste afstand tot de nozzle hebben. Het proces van dit afstellen heet 'Bed Leveling' en is heel belangrijk. Niet goed gelevelde build plates zorgen ervoor dat de print kan mislukken. Sommige printers (zoals de Ultimaker S3 en Ultimaker S5) hebben tegenwoordig een auto bed leveling procedure, zodat dit niet mis kan gaan. Heeft de printer dit niet, vraag ons dan om instructies of bekijk de site van de printerfabrikant, want dit is een zeer belangrijke procedure.

 

9. Vocht

Filamenten kunnen vocht uit de lucht opnemen. Dit opgenomen vocht zorgt tijdens het printen voor problemen tijdens het verhitten. Het ene filament is hier gevoeliger voor dan het andere, PVA en Nylon zijn berucht om hun vochtopname. Zelfs materialen zoals PET die van nature vochtafstotend (hydrofoob) zijn, kunnen door toevoegingen om het printbaarder te maken alsnog vochtopnemend (hygroscopisch) worden. Materiaal in een afgesloten zak met silicakorrels bewaren is goed, maar is niet voldoende om het al aanwezige vocht uit het filament te halen. Hiervoor zijn speciale filamentdrogers en vacuüm bewaarbakken verkrijgbaar, maar filament kan ook in een licht geopende oven gedroogd worden. Voor de Ultimaker S5 fungeert de Material Station als klimaatkast.

 

10. Ventilatie

Tijdens het printen kunnen er stoffen vrijkomen die minder gezond zijn, zoals fijnstof ((Ultra) Fine Dust Particles) en VOC’s (Volatile Organic Compounds). Hoeveel en welk stoffen vrijkomen hangen af van het materiaal en de printtemperatuur. Zo komt er maar weinig fijnstof vrij bij PLA, maar bij ABS juist flink meer fijnstof en ook VOC’s. En als ABS op een hogere temperatuur wordt geprint, zoals bij ABS-Carbon fiber composieten, komt er nog veel meer vrij. Daarom moeten 3D printers altijd in een goed geventileerde ruimte staan. Zelfs al wordt er alleen met PLA geprint, dan nog is het af te raden om in een afgesloten ruimte naast een werkende printer veel tijd door te brengen.

 

Let wel op dat de ventilatie niet voor te grote temperatuurschommelingen zorgt: dit kan ervoor zorgen dat de print kromtrekt of loskomt van de build plate.

 

Contact

Heb je nog vragen? Wij helpen je graag verder. Zo geven we bijvoorbeeld trainingen (zowel online als op locatie) over verschillende 3D-print gerelateerde onderwerpen en kan onze Support afdeling de meest uiteenlopende technische vragen beantwoorden. Ook qua materiaalkeuze denken we graag met je mee. Neem contact op met de dichtstbijzijnde vestiging via telefoon of email.

Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »